Al lang werd er gesproken over een directe busverbinding tussen Terneuzen en Gent als een toekomstvisie. Recentelijk lijken de plannen echter concreet te worden. Deze week hebben zowel de Vlaamse als de Nederlandse overheid een akkoord getekend om nauwer samen te werken in het grensoverschrijdende havengebied.
Sinds ruim twee jaar geleden heeft de provincie Zeeland opdracht gegeven om de haalbaarheid van een snelle busverbinding tussen Terneuzen en Gent te onderzoeken. Uit de resultaten is gebleken dat de kosten voor een dergelijke verbinding ongeveer een half miljoen per jaar zouden bedragen en dat de bus niet direct volledig bezet zou zijn.
Een snelle bus zou de reistijd tussen Terneuzen en Gent aanzienlijk verkorten tot minder dan een uur, aangezien de afstand tussen de twee steden iets meer dan vijftig kilometer bedraagt. Momenteel duurt de reis met het openbaar vervoer twee uur en negen minuten met een overstap in Zelzate.
Het feit dat Vlaanderen eerder geen financiële middelen had, heeft ervoor gezorgd dat de ontwikkeling van de snelle busverbinding vertraagd is. De provincie Zeeland is echter een fervent voorstander van een dergelijke verbinding en benadrukt het belang van vlot en betaalbaar openbaar vervoer voor werknemers in het havengebied.
In een verklaring na een top tussen de Nederlandse en Vlaamse overheid zijn drie grote projecten aangekondigd. Eén van deze projecten omvat de uitbreiding van de spoorlijn van Gent naar Nederland. Hoewel goederenvervoer prioriteit heeft, wordt ook de mogelijkheid van een personentrein onderzocht.
De andere twee projecten betreffen infrastructuur op Vlaams grondgebied, waaronder de aanpak van de R4 in Zelzate en de planning voor een nieuwe Zelzatetunnel. De vernieuwing van de tunnel is cruciaal voor de scheepvaart op het Kanaal Gent-Terneuzen en zal bijdragen aan een efficiëntere verbinding tussen de havens.
De betrokkenheid van beide landen en de toewijding aan deze projecten beloven een versnelling in de ontwikkeling van efficiënte grensoverschrijdende mobiliteit en een aanzienlijke impact op de toekomstige infrastructuur en bedrijvigheid in de regio.